Schaakclub Bergen

Schaken, een Meesterlijke Sport

  • Increase font size
  • Default font size
  • Decrease font size
Home Archief De Avonden 22 oktober 2009

22 oktober 2009

Op de ongeveer eerste herfstachtige dag van 2009 is er sprake van een redelijke opkomst. Zeker, als we in aanmerking nemen dat het herfstvakantie is. Er zijn gelukkig ook weer een paar jongeren te midden van de grijze haren en kale schedels.

M. Duinmaijer – J. de Boer 0-1
Een witte raaf op het schaakbord. Na 1. d4 f5 bestrijdt Martin het Hollands met 2. g4!? (Van Geet deed dat ooit met zwart tegen Sjaak Pielaet: 1.f4  g5!? en mag een van de grondleggers van deze gewaagde opzet genoemd worden.) Jacob moet bedachtzaam omgaan met zijn stelling, nadat hij het cadeautje heeft geaccepteerd. Het duurt lang voordat zwart toe komt aan de rokade, maar dan heeft hij ondertussen nog wat pionnen in de aanbieding gekregen. Martin doet alles om het initiatief te behouden, maar het is het allemaal steeds net niet. Naarmate er meer stukken geruild worden, neemt het voordeel voor zwart toe. Dit mondt uit in promotie van de h-pion en het omleggen van de witte koning.
B. van Burgel – J. Keijsper 0-1

Velen willen wel eens zien hoe Jan aan zijn punten komt. Meestal gaat dat zoals in deze partij. Hij komt niet geweldig te staan, maar heeft geduld. Hier wordt dat tegen een goed spelende Bert beloond op de 37e zet.

1. d4 Pf6 2. Pf3 g6 3. Pbd2 Lg7 4. e4 O-O 5. Ld3 c5 6. c3 d6 7. O-O cxd4 8. cxd4 Pc6 9. Pb3 Pb4 10. Lb1 Lg4 11. a3 Pc6 12. h3 Ld7 13. Le3 Tc8 14. Ld3 Pa5 15. Pbd2 b5 16. Tc1 Pc4 17. Pxc4 bxc4 18. Txc4 Txc4 19. Lxc4 Pxe4 20. b4 Dc7 21. Db3 e6 22. Tc1 Db7 23. a4 Tc8 24. Ld3 Lc6 25. b5 Ld5 26. Txc8+ Dxc8 27. Db4 Lf8 28. b6 Db7 29. a5 Le7 30. Da4 axb6 31. a6 Da8 32. Db5 Lc6 33. Dxb6 Ld8 34. Db4 Lc7 35. Da3 Lb6 36. Kh2 Da7 Tot nu toe geeft Bert geen krimp, maar op de volgende zet gaat hij het verkeerde pad op. De koning op h2 blijkt erg ongelukkig te staan.
  
37. Lxe4 Lxe4 38. Dxd6? Lc7 0-1
A. Knop – S. Pielaet 1-0

Vroeger was het een bezienswaardigheid om een verliespartij van onze huidige kampioen te publiceren, maar sinds hij gestopt is met werken kan hij niet meer schaken. Tegen Albert laat hij zich wel erg gemakkelijk afslachten, hoewel natuurlijk gezegd moet worden dat wit het heel sterk speelt. Het beslissende moment in de partij zien we hier, na zwarts 19. … e5

  
20. Txh7
 In feite de beslissing, want na Kxh7 21. Th1+ is zwart machteloos tegen de binnendringende witte stukken. Albert maakt het karwei verder krachtig af. 20. … e4 21. Th4 Pf6 22. g5 Pe8 23. Pf4 Txf4 24. Lxf4 Df7 25. De2 b6 26. Tdh1 Kf8 27. Dg4 c5 28. Le5 cxd4 29. Lxg7+ Txg7 30. Th8+ Ke7 31. T1h6 Kd8 32. Dg3 Kc8 33. De5 Tg8 34. Txg8 Dxg8 35. Th8 1-0
H. Blank – R. Frans 0-1
Hans is de zoveelste die zich stuk loopt op de Franse verdediging van Richard. In de ruilvariant met 4. Pd2 lijkt wit lange tijd in het voordeel, maar doordat hij niet tijdig tot de rokade komt, wordt hij langs de e-lijn in de mangel genomen. Vanaf dat moment kan Richard zijn tactische vaardigheden demonstreren. Dat hij ook in het eindspel zijn mannetje staat, laat hij zien, als het voordeel van een stuk tegen twee pionnen moet worden uitgebuit.
D. de Vries – K. Roobeek ½-½
We zien Daan de laatste tijd niet vaak; andere zaken in het leven zijn ook belangrijk. Vanavond heeft hij het niet gemakkelijk tegen de Siciliaan van Kees. We zien dat zwart een mooie gedekte vrijpion op d4 heeft en dat de witveldige loper van Daan alleen maar tegen zijn eigen pionnen kan kijken. Ook de witte koningsstelling is niet optimaal. Toch kan Kees met al deze voordeeltjes geen beslissing forceren. De aanval loopt dood en verdedigend kan wit de zaak droog houden.
R. Morrema – J. Dekker ½-½
1. c4 2. Pc3 3. d4 4. f4 dat zijn de eerste zetten van wit. Wie zegt dat Rein niet durft aan te vallen? Hij wint zelfs even een pion op e7. Dat gebeurt zelden in het middenspel, en zeker niet met een loper. Jasper heeft echter diep gekeken en haalt de pion terug. Met het verstrijken van de tijd van wit, worden de ontwikkelingen onbegrijpelijker. Jasper offert onterecht een stuk voor twee pionnen en Rein geeft met beslissend voordeel de stelling remise, omdat hij bang is, dat hij het eindspel K + 2 lopers tegen K alleen niet binnen vijf minuten kan winnen.
T. Meedendorp – C. Berkhout 1-0
In de strijd van het gemeenteraadslid tegen de voorzitter van de Bergense IJsvereniging zien we een koningsgambiet op het bord. Dat is niet goed voor het zelfvertrouwen van Carol, want die weet niet wat hij ermee aan moet. Hij prijst zich na dertien zetten gelukkig met de voorsprong van een pion, maar Tammo heeft - geheel in de stijl van deze opening - een dodelijke aanval tot zijn beschikking, die niet tegen te houden is.
H. Peters – K. Kager ½-½
Dit is een partij voor Theo Koomen. Die wist vroeger tijdens het wielrennen en voetballen van niets nog wel iets te maken. Dat zou hem bij schaken ook wel gelukt zijn, hoewel deze partij erg veel van het voorstellingsvermogen zou vergen. Er gebeurt namelijk in de vijftien zetten durende Driepaarden Opening niets dat het vermelden waard is. Bij betere spelers noemen ze dat een grootmeesterremise.
C. Groentjes – A. Dekker 0-1
Hier gebeurt wel het nodige. In een Indische partij gaat het lang gelijk op, totdat Albert op de damevleugel twee vrijpionnen weet te bemachtigen. De ongelijke lopers lijken wit nog kansen te bieden, maar strategisch levert Albert een hoogstandje af, door op twee vleugels pionnen, als een soort twee Arjen Robbens, naar voren te sturen. Daar kan die ene loper van wit natuurlijk niet tegenop.
P. Duivenvoorden – H. Vonk 1-0
Als we na vijftien zetten hier op het bord kijken, lijkt er niets aan de hand. Henk staat op het oog zelfs iets beter, maar bij Piet weet je het nooit. Feit is, dat zwart niets durft te ondernemen en dat Piet naar zijn zeggen lekker bezig is. Hij kan niet navertellen wat er precies gebeurd is, maar heeft blijkbaar goed geprofiteerd van de “leuke” kansen die hij kreeg.
R. Rijnveld – R. Boots 1-0
Rudolf staat voor de zware taak om de Caro-Kann van Rob te kraken. Dat valt niet mee, totdat zwart zo onverstandig is om zijn dame ongelukkig in een penning terecht te laten komen. Met de krachtzet Pxd5 ontwricht Rudolf het hele zwarte verdedigingssysteem en wint ook nog eens twee pionnen. Rob ziet aan de horizon zelfs een mat een staakt de strijd. In de analyse blijkt dat Te8 in plaats van het fatale De7 zwarte geen problemen had opgeleverd.
O. Polet – T. Grondhout 0-1
Onno brengt Tijmen flink in de problemen, maar doen tenslotte zichzelf de das om. Na 1. Pf3 heeft zwart geen pasklaar antwoord en moet hij toezien, hoe wit de strijd dicteert en ook de betere positie krijgt. Dan maakt Onno een klassieke fout. Hij gaat in een kleine ruimte zitten wriemelen met zijn twee mooie torens. Tijmen is zo verstandig om voor zijn kastelen het open veld op te zoeken. De witte torens bereiken niets op de volle g- en h-lijn, maar daar blijven net zolang hangen, totdat er één wordt opgesloten en droevig aan zijn einde komt. De rest is peanuts voor zwart.
L. Obdam – K. Vlaming 0-1
1. d4  d6  c4  e5. Wat Killian speelt is een geducht remisewapen, maar als wit het niet goed aanpakt een opening met perspectief voor zwart. Dat blijkt als op de vijftiende zet, wat een grote afruilactie zou moeten zijn, Leo plotseling zomaar een stuk minder heeft. Dat voordeel weet Killian snel tot winst te voeren.
B. Kat – A. Schipper 1-0
Op weg naar het kampioenschap in ratinggroep 3 heeft Boudewijn geen last van Adrie. Na de niet allemaal echt gebruikelijke zetten1. d4 d5 2. c4 dxc4 3. e4 Pc6 4. Pc3 Pf6 5. Pf3 Lg4 6. d5 Pe5 7. Da4+ neemt Adrie het wel erg gemakkelijk op.
 













In plaats van nu Pe5-d7 of nog beter Lg4-d7 te spelen, kiest de ongelukkige voor 7. … Dd7? Na 8. Pxe5 komt zwart van een koude kermis thuis, want hij moet met een stuk minder verder. Toch nog even een leermoment voor de man die inmiddels zijn langste tijd bij ons op de club gehad heeft.


 Besje: Geld speelt bij het schaken op ons niveau geen enkele rol, maar aan de bar is het na afloop van deze clubavond één en al Dirk Scheringa wat de klok slaat. Niemand durft echt te bekennen of hij zelf ook slachtoffer is geworden van het omvallen van de bank. Er komt wel iemand met het verhaal dat hij een miljoen uit een erfenis bij DSB had staan, maar het gezicht dat daarbij getrokken wordt is voor meerdere uitleg vatbaar. Een regelmatige bezoeker van Van der Valkvestigingen, groot fan van bloedhond Lakeman, spreekt de wijze woorden: “Ik heb er wel voor gezorgd, dat er op geen enkele bank meer dan honderdduizend Euro geparkeerd is.” Met enige min of meer jaloerse blikken wordt door enkele “armoedzaaiers” vastgesteld dat dat een verstandige keuze is geweest. Bij het legen van de fooienpot blijkt dat het juist deze mensen zijn geweest die zich van hun gulste kant hebben laten zien.
 Opkomst: 72 %
Stand aan kop na ronde 8:
Groep 1:
1. Jan Keijsper 614
2. Albert Dekker 568
3. Jacob de Boer 483
Groep 2:
1. Ronald Moeskops 345
2. Onno Polet 320
3. Wouter Greve 301
Groep 3:
1. Boudewijn Kat 282
2. Rob Boots 216
3. Ruben Lorsch 213