Precies een jaar na het overlijden van Boudewijn van Wees is de opkomst eigenlijk ook bedroevend. Het zaal wel door het mooie weer komen. Na een lange winter is er vandaag de eerste lentedag, met temperaturen boven de 15 graden.
C. Groentjes – J. Keijsper 0-1
Cor durft wel! In het Italiaans wil hij er niet langzaam afgeschoven worden, dus speelt hij h3 en g4 om de zwarte loper weg te jagen. Dan moet je net Jan hebben. Die offert natuurlijk een stuk voor twee pionnen en een kansrijke aanval. Toch heeft Cor ver gekeken, want deze aanval slaat aanvankelijk niet door. Een essentieel foutje van wit zorgt er toch nog voor dat Jan winnend kan finishen.
R. Frans – A. Knop 1-0
Hier komt het Russisch op het bord, een geducht remisewapen. Dan moet je het wel anders doen dan Albert, want die speelt een beetje te snel en te optimistisch. Vooral de zwarte zet f5 is een miskleun. De verzwakte koningsstelling van zwart wordt door de witte batterij op de diagonaal a2-g8 van loper en dame in achttien zetten gesloopt. Daarvoor heeft Richard 34 minuten gebruikt en Albert slechts 4. Hij heeft wel genoteerd.
R. Rijnveld – A. Dekker 0-1
Dit is om radeloos van te worden. Rudolf overspeeld Albert in het Morragambiet volkomen en hoeft op de 19e zet maar Tg1 te spelen om een bliksemoverwinning te boeken op de anders zo degelijke competitieleider.
1. e4 c5 2. d4 cxd4 3. c3 dxc3 4. Pxc3 Pc6 5. Pf3 e6 6. Lf4 d6 7. Lc4 Le7 8. O-O Pf6 9. De2 O-O 10. Tad1 a6 11. e5 Ph5 12. Le3 d5 13. g4! Sterk gespeeld. Wit wint gewoon een stuk. 13. … Pxe5 14. Pxe5 Dc7 15. Ld3 Dxe5 16. gxh5 d4 17. Lxd4 Dg5+ 18. Kh1 Ld6?
Ja, je moet wat…. Wat is er nu voor de hand liggender dan 19. Tg1? Met de meest vreselijke dreigingen. Rudolf bedenkt iets dat op zich ook zou moeten winnen (19. Pe4), maar zwart leeft dan nog, na 19. … Dd5. Het zou getuigen van wreedheid om de rest van de partij ook nog te showen, want hoewel wit nog veel mogelijkheden krijgt om de partij te beslissen, doet de nare diagonaal a8-h1 hem tenslotte de das om
H. Blank – L. Obdam 1-0
Hier is het krachtsverschil groot. Na een zet of dertien heeft Hans al een stuk te pakken en Leo zit helemaal opgesloten. Dat geeft een benauwd gevoel en het zoeken naar een goede zet valt ook niet mee. De witte dreigingen zorgen er dan voor dat zwart ook nog eens een toren “en prise” zet en dan gelooft Leo het wel.
A. Ballesteros – S. Pielaet 1-0
Een avondvullende voorstelling. Anbtonio heeft zijn eigen manier om met het Scandinavisch om te gaan, maar dat bezorgt Sjaak geen hoofdpijn. Er komen interessante stellingen op het bord, waarbij onze Spanjaard zijn bekende degelijke zetjes doet en ervoor zorgt dat de zwarte ontwikkeling niet echt snel voltooid kan worden. Om dit toch voor elkaar te krijgen, geeft Sjaak een pion en dan wordt het een zware positionele strijd, met alleen nog dames en pionnen. Wit toont zich daarin net even handiger, natuurlijk met het voordeel van de extra pion achter de hand. Geforceerde dameruil is dan beslissend.
R. Morrema – B. van Burgel 0-1
Altijd een harde strijd tussen deze twee en weer is het Bert die wint. Deze keer hoeft hij niet te wachten tot Rein door zijn vlag gaat, want na de Slavische opening kan hij een pionnetje oppakken, dat het uitgangspunt van zijn winstplan vormt. Hoe Rein zich ook verzet, het gaat steeds meer in de richting van een eindspel dat alleen zwart kansen biedt. Onder druk van de wegtikkende seconden kan Wit zich dan niet meer staande houden.
J. Dekker – R. Moeskops 1-0
Spectaculair schaak van de eerste orde. Hier wordt niet gekeken op een pionnetje of een stuk. Vroeger zouden we dit koffiehuisschaak noemen, maar omdat Ronald meer van dit soort partijen produceert is de term Appelmoesschaak misschien meer op zijn plaats. We zien in het middenspel de zeer zelden voorkomende situatie dat Jasper twee torens, een paard en een loper tot zijn beschikking heeft, waar Ronald een dame en een toren tegenover kan stellen. De witspeler toont aan dat die lichte stukken al samenwerkend veel sterker zijn dan de wat trage toren en de voor elke aanval verplicht uitwijkende dame. Voeg daarbij het feit dat Jasper zijn zaakjes verdedigend onder controle heeft, en de uitslag is verklaard.
B. Kat – F. van Kreveld 1-0
In de strijd om de hegemonie in groep 3 trekt Boudewijn na de Italiaanse opening fel van leer. Frank speelt bedachtzaam tegen en laat zich niet onder de voet lopen, al kost hem dat wel een pion. Wit lijkt snel te kunnen winnen als hij op de damevleugel een vrijpion kan creëren, terwijl de strijd verder wordt gestreden met een wit paard tegen een zwarte loper. De verdedigingskunst van Frank is ook nu weer opmerkelijk en hij weet weer helemaal terug te komen in de strijd, totdat zijn loper de mist in gaat. De eindstelling is opmerkelijk:
O. Polet – R. Lorsch 1-0
Een gemakkelijke avond voor Onno. Ruben slaagt er lange tijd in om de pion, die gepakt is in het damegambiet, te verdedigen, maar dat gaat wel ten koste van de harmionie tussen zijn stukken. Ook de koning krijgt geen veilig onderkomen en dat resulteert erin, dat na twintig zetten een toren verloren gaat. Luid jammerend maakt Ruben dit aan de overige spelers kenbaar. Minstens zo erg vindt hij het, dat even later door Onno ook nog eens een paardvork kan worden gegeven, waardoor de strijd echt wel beslist is.
R. Boots – J. van Haasteren 1-0
Ook hier zien we een damegambiet en ook hier wordt door de witspeler flink gehakt. Jan is de tweede zwartspeler die vanavond na deze opening een volle toren moet inleveren. Daarna is hij de draad helemaal kwijt, want in zijn ijver om iets aan de materiële achterstand te doen overziet hij een schaak op g8, dat ook nog eens de andere toren (op a8) verloren doet gaan.
H. Vonk – M. Duinmaijer 0-1
Dit lijkt een beetje een oneerlijke strijd, maar Henk verkoopt zijn huid duur. In feite wordt hij met kleine middelen naar een mindere positie gespeeld, waarbij het materiaal vrijwel gelijk blijft, op een pion na. Martin heeft een grote troef in een vrijpion op c2, die alleen maar gestopt kan worden door de witte loper op c1. Dat heeft weer tot gevolg, dat de witte toren op a1 niet aan spelen toe komt. Al met al genoeg aanknopingspunten voor zwart om langzaam maar zeker de strop aan te trekken. Niet een partij waar Henk zich voor hoeft te schamen.
C. Berkhout – T. Meedendorp 0-1
Deze partij begint vrij normaal. Na de elfde zet kan Tammo een verdedigend paard wegjagen, waardoor wit een pion verliest. Als we dan een uur later weer bij het bord zijn, blijkt dat Carol ergens een stuk heeft buitgemaakt. Zou hij nu echt het licht hebben gezien en de geest gekregen? We kijken drie keer, maar het is echt waar en zijn stelling ziet er ook niet verontrustend uit. Toch is daarna blijkbaar de Rijnveldpsychose in werking getreden, want het resultaat is een nul.

Besje: Kees Roobeek heeft weer wat klokken gerepareerd, zodat er weer kan worden geramd bij het vluggeren. Het valt wel op dat bij één van die klokken de glazen wat wazig zijn. Dat doet denken aan opticien Lau Zonneveld van schaakclub Bakkum. Die verkocht, volgens de overleveringen, aan schakers brillen met matglas, maar ook contactlenzen voor brilslangen. Wat een patser!
Opkomst: 68 %
Stand aan kop na ronde 8:
Groep 1:
1. Antonio Ballesteros 639
2. Jan Keijsper 588
3. Albert Dekker 544
Groep 2:
1. Jasper Dekker 453
2. Eckhart Vlaming 331
3. Ronald Moeskops 284
Groep 3:
1. Boudewijn Kat 288
2. Frank van Kreveld 226
3. Piet Duivenvoorden 149
| < Vorige | Volgende > |
|---|


